Strafrecht overig
Verkrachting (art. 242 (oud) Sr) door 20-jarige verdachte van 21-jarige medestudente in haar slaapkamer…
Hoge Raad, 20 mei 2025
ECLI:NL:HR:2025:746 · Hoge Raad · 20 mei 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2025-746
Zaakgegevens
Op 20 mei 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 20 mei 2025
- Datum publicatie
- 15 mei 2025
- Zaaknummer
- 23/04862
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:746
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verkrachting (art. 242 (oud) Sr) door 20-jarige verdachte van 21-jarige medestudente in haar slaapkamer. Bewijsklachten. 1. Bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis). Kon hof oordelen dat verklaring van aangeefster wordt ondersteund door verklaring van getuige? 2. Verweer m.b.t. alternatief scenario. 3. Bewijsklacht (voorwaardelijk) opzet. Heeft verdachte bewust kans aanvaard dat hij tegen wil van aangeefster seksueel bij haar zou binnendringen? 4. Bewijsklacht “feitelijkheid”. Kon hof oordelen dat verdachte de aangeefster door middel van feitelijkheid heeft gedwongen tot ondergaan van handelingen die (mede) bestonden uit seksueel bij aangeefster binnendringen?
HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 11 maart 2025
ECLI:NL:PHR:2025:282Hoge Raad · 20 mei 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:746
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/04862
Datum 20 mei 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 7 december 2023, nummer 21-001019-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat W.H. Jebbink bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 mei 2025.