Strafrecht overig

Poging tot zware mishandeling, meermalen gepleegd, door met personenauto in richting van aangevers in te…

Hoge Raad, 20 mei 2025

Zaakgegevens

Op 20 mei 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20 mei 2025
Datum publicatie
15 mei 2025
Zaaknummer
23/04768
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:765
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Poging tot zware mishandeling, meermalen gepleegd, door met personenauto in richting van aangevers in te rijden (art. 302.1 jo. 45 Sr). Bewijsklacht opzet, innerlijke tegenstrijdigheid bewijsvoering. Kon hof oordelen dat sprake is van voorwaardelijk opzet op toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, nu hof de verklaring van verdachte, inhoudende dat hij op halve meter afstand van aangever is gestopt en dat hij intentie had aangever angst aan te jagen, voor bewijs heeft gebruikt?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 6 december 2023

    ECLI:NL:GHDHA:2023:2350
  2. Conclusie A-G · 11 maart 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:310
  3. Hoge Raad · 20 mei 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:765

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/04768

Datum 20 mei 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 6 december 2023, nummer 22-003628-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op 31 [geboortedatum] 1970,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 mei 2025.