Strafrecht overig
WOTS-zaak. Overname tenuitvoerlegging (14 jaren en 9 maanden gevangenisstraf) van in Zwitserland aan…
Hoge Raad, 3 juni 2025
ECLI:NL:HR:2025:829 · Hoge Raad · 3 juni 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2025-829
Zaakgegevens
Op 3 juni 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 3 juni 2025
- Datum publicatie
- 30 mei 2025
- Zaaknummer
- 25/00407
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:829
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
WOTS-zaak. Overname tenuitvoerlegging (14 jaren en 9 maanden gevangenisstraf) van in Zwitserland aan Nederlander opgelegde gevangenisstraf van 19 jaren en 2 maanden t.z.v. medeplegen gekwalificeerde doodslag, medeplegen diefstal met geweld (meermalen gepleegd), medeplegen diefstal d.m.v. braak en valsheid in geschrift. 1. Verweer dat sprake is van schending van specialiteitsbeginsel en beroep op schending van art. 3 EVRM, waardoor inbreuk is gemaakt op recht op eerlijk proces a.b.i. art. 6 EVRM. 2. Motivering kwalificatiebeslissing, art. 31.1 WOTS. 3. Omzetting van Zwitserse straf naar Nederlandse straf, uitdrukkelijk onderbouwd strafmaatverweer.
HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 22 april 2025
ECLI:NL:PHR:2025:474Hoge Raad · 3 juni 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:829
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 25/00407 W
Datum 3 juni 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 20 december 2024, nummer WTS-I-2023040261, omtrent een verzoek van Zwitserland tot overname van de tenuitvoerlegging van een rechterlijke beslissing
tegen
[veroordeelde] ,
geboren in [geboorteplaats] (voormalig Joegoslavië) op [geboortedatum] 1979,
hierna: de veroordeelde.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de veroordeelde. Namens deze heeft de advocaat J.J.J. van Rijsbergen bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 juni 2025.