Strafrecht overig

Medeplegen witwassen van auto en geldbedrag (art. 420bis.1.a en 420bis.1.b Sr) en opzetheling van motorfiets…

Hoge Raad, 24 juni 2025

Zaakgegevens

Op 24 juni 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
24 juni 2025
Datum publicatie
19 juni 2025
Zaaknummer
23/03392
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:974
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Medeplegen witwassen van auto en geldbedrag (art. 420bis.1.a en 420bis.1.b Sr) en opzetheling van motorfiets (art. 416.1.a Sr). 1. Bewijsklachten witwassen t.a.v. “afkomstig uit enig misdrijf” en opzet. 2. Bewijsklacht opzetheling. Wist verdachte t.t.v. verwerven of voorhanden krijgen van motorfiets dat deze door misdrijf was verkregen?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 3 juni 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:619
  2. Hoge Raad · 24 juni 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:974

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/03392

Datum 24 juni 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 augustus 2023, nummer 21-003330-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat S.J. van der Woude bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 juni 2025.