Strafrecht overig
Aanwezig hebben van 75,81 gram cocaïne en 877,5 gram heroïne (art. 2.C Opiumwet), vernieling van een…
Hoge Raad, 7 juli 2026
ECLI:NL:HR:2026:1072 · Hoge Raad · 7 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2026-1072
Zaakgegevens
Op 7 juli 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 7 juli 2026
- Datum publicatie
- 26 juni 2026
- Zaaknummer
- 24/02645
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:1072
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Aanwezig hebben van 75,81 gram cocaïne en 877,5 gram heroïne (art. 2.C Opiumwet), vernieling van een enkelband (art. 350.1 Sr), wederspannigheid (art. 180 Sr), diefstal (art. 310 Sr), aanwezig hebben van 10 gram methamfetamine, 2,5 gram heroïne en 0,6 gram cocaïne en diefstal d.m.v. valse sleutels (art. 311.1.5 Sr). 1. Opgave van bewijsmiddelen a.b.i. art. 359.3 Sv. Kon hof wat betreft bewezenverklaring van aanwezig hebben van 2,5 gram heroïne en 0,6 gram cocaïne volstaan met opgave van b.m., nu verklaring van verdachte niet inhoudt dat hij deze drugs aanwezig heeft gehad? 2. Duur van gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr. Kon hof bij oplegging van schadevergoedingsmaatregel van € 10,96 bepalen dat 1 dag gijzeling kan worden toegepast?
HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 3 juli 2024
ECLI:NL:GHSHE:2024:2187Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 26 mei 2026
ECLI:NL:PHR:2026:527Hoge Raad · 7 juli 2026deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2026:1072
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/02645
Datum 7 juli 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 3 juli 2024, nummer 20-002672-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat E.E.W.J. Maessen bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 juli 2026.