Strafrecht overig

Economische zaak. Medeplegen opzettelijk uitvoeren van project zonder omgevingsvergunning (in werking hebben…

Hoge Raad, 25 augustus 2026

Zaakgegevens

Op 25 augustus 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25 augustus 2026
Datum publicatie
26 juni 2026
Zaaknummer
24/03873
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:1111
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Economische zaak. Medeplegen opzettelijk uitvoeren van project zonder omgevingsvergunning (in werking hebben van inrichting voor inzameling van afvalstoffen) begaan door rechtspersoon, art. 2.1.1.e.3 (oud) Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1. Verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring OM wegens schending van beginselen van goede procesorde (gelijkheidsbeginsel), art. 359.2 Sv. 2. Bewijsklacht opzet. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt t.a.v. opzet van verdachte, art. 359.2 Sv. 3. Bewijsklacht medeplegen. Kon hof oordelen dat sprake is geweest van nauwe en bewuste samenwerking en van dubbel opzet?

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/03860 E en 24/03869 E en met 24/03859 P, 24/03868 P en 24/03872 P (niet gepubliceerd; geen schriftuur ingediend, betrokkene n-o).

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 4 oktober 2024

    ECLI:NL:GHSHE:2024:3107
  2. Conclusie A-G · 2 juni 2026

    ECLI:NL:PHR:2026:550
  3. Hoge Raad · 25 augustus 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:1111

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/03873 E

Datum 25 augustus 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, economische kamer, van 4 oktober 2024, nummer 20-000066-23, in de strafzaak

tegen

[verdachte] B.V.,

gevestigd in [vestigingsplaats] ,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten E.M.A. Baetsen en S.B.M.A. Engelen bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 augustus 2026.