Strafrecht overig

Telen van grote hoeveelheid (360) hennepplanten in een door verdachte gehuurde bovenwoning, art. 3.B jo. 11.2…

Hoge Raad, 7 juli 2026

Zaakgegevens

Op 7 juli 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
7 juli 2026
Datum publicatie
3 juli 2026
Zaaknummer
24/03345
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:1181
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Telen van grote hoeveelheid (360) hennepplanten in een door verdachte gehuurde bovenwoning, art. 3.B jo. 11.2 en 11.5 Opiumwet. Bewijsklachten “grote hoeveelheid” hennepplanten. 1. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat dat aantal planten niet moet worden geschat aan de hand van aantal aangetroffen assimilatielampen per kweekruimte maar o.b.v. aantal potten dat op foto’s kan worden geteld, art. 359.2 Sv. 2. Heeft hof door in voetnoot te verwijzen naar pagina 1 tot en met 11 van rapport berekening w.v.v., met vereiste mate van nauwkeurigheid verwezen naar redengevende feiten en omstandigheden?

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/03346 P.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 22 augustus 2024

    ECLI:NL:GHAMS:2024:2334
  2. Conclusie A-G · 12 mei 2026

    ECLI:NL:PHR:2026:275
  3. Hoge Raad · 7 juli 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:1181

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/03345

Datum 7 juli 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 22 augustus 2024, nummer 23-003364-23, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat P. van Dongen bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 juli 2026.