Strafrecht overig
Schuldwitwassen van geld op bankrekening, art. 420quater.1.b Sr. Vordering benadeelde partij. 1…
Hoge Raad, 3 februari 2026
ECLI:NL:HR:2026:122 · Hoge Raad · 3 februari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2026-122
Zaakgegevens
Op 3 februari 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 3 februari 2026
- Datum publicatie
- 26 januari 2026
- Zaaknummer
- 24/00802
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:122
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Schuldwitwassen van geld op bankrekening, art. 420quater.1.b Sr. Vordering benadeelde partij. 1. Rechtstreekse schade, art. 51f.1 Sv. Kon hof oordelen dat sprake is van rechtstreekse schade op de grond dat b.p. t.g.v. witwashandelingen van verdachte het onverschuldigd betaalde geldbedrag niet met succes kon terugvorderen? 2. Hoofdelijke toewijzing. Kon hof vordering b.p. hoofdelijk toewijzen aan verdachte, nu hof niet heeft gemotiveerd welke concrete onrechtmatige handelingen in groepsverband de schade hebben veroorzaakt?
HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/00801 (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, verdachte n-o).
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 27 februari 2024
ECLI:NL:GHSHE:2024:626Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 25 november 2025
ECLI:NL:PHR:2025:1281Hoge Raad · 3 februari 2026deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2026:122
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/00802
Datum 3 februari 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 27 februari 2024, nummer 20-001826-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte]
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1949,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat C.W.J. Faber bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 februari 2026.