Strafrecht overig
Ontslag van alle rechtsvervolging t.z.v. poging tot doodslag door in 2022 in Amsterdam op straat zijn…
Hoge Raad, 14 juli 2026
ECLI:NL:HR:2026:1233 · Hoge Raad · 14 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2026-1233
Zaakgegevens
Op 14 juli 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 14 juli 2026
- Datum publicatie
- 9 juli 2026
- Zaaknummer
- 24/02382
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:1233
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Ontslag van alle rechtsvervolging t.z.v. poging tot doodslag door in 2022 in Amsterdam op straat zijn ex-partner meerdere keren met sok met daarin jeu de boules-bal tegen haar hoofd en gezicht te slaan (art. 287 Sr) en dragen van wapen (sok met verzwaard voorwerp) (art. 27.1 WWM). TBS met dwangverpleging opgelegd. 1. Ontoerekeningsvatbaarheid, art. 39 Sr. Kon hof oordelen dat feiten niet aan verdachte kunnen worden toegerekend en toepassing geven aan strafuitsluitingsgrond van art. 39 Sr? 2. Afwijzing van ttz. in hoger beroep gedaan verzoek om nieuw psychologisch en/of psychiatrisch onderzoek naar verdachte te doen, op de grond dat er geen noodzaak was tot toewijzing van verzoek. 3. Is gebruik van Pro Justitia-rapportage bij beslissing om TBS op te leggen in overeenstemming met art. 37a.3 Sr?
HR: art. 81.1 RO.
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/02382
Datum 14 juli 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen arrest van het gerechtshof Amsterdam van 19 juni 2024, nummer 23-002910-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J. Boksem bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal P.T.C. van Kampen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De verdachte bevindt zich in voorlopige hechtenis. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Omdat de opgelegde maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege zich naar zijn aard niet voor vermindering leent, volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 juli 2026.