Strafrecht overig
Poging tot zware mishandeling door tijdens coronarellen in Urk een 'kotterpijl' (noodvuurwerk) af te schieten…
Hoge Raad, 25 augustus 2026
ECLI:NL:HR:2026:1366 · Hoge Raad · 25 augustus 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2026-1366
Zaakgegevens
Op 25 augustus 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 augustus 2026
- Datum publicatie
- 24 augustus 2026
- Zaaknummer
- 25/02243
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:1366
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Poging tot zware mishandeling door tijdens coronarellen in Urk een 'kotterpijl' (noodvuurwerk) af te schieten op politieagent, art. 302 Sr. 1. Bewijsklacht (voorwaardelijk) opzet, feit van algemene bekendheid, art. 339.2 Sv. Kon hof oordelen dat het een feit van algemene bekendheid is dat kotterpijl na ontsteking in korte tijd hoge snelheid bereikt en zeer heet wordt? 2. Bewijsklacht opzet op toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Kon hof oordelen dat het gericht afvuren van kotterpijl op politieagenten kan leiden tot zwaar lichamelijk letsel?
HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 6 juni 2025
ECLI:NL:GHARL:2025:3492Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 7 juli 2026
ECLI:NL:PHR:2026:686Hoge Raad · 25 augustus 2026deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2026:1366
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 25/02243
Datum 25 augustus 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 6 juni 2025, nummer 21-003794-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat D.N. de Jonge bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 augustus 2026.