Strafrecht overig

Voorhanden hebben van pistolen, munitie en stroomstootwapen (art. 26.1 WWM) en voorhanden hebben van…

Hoge Raad, 1 september 2026

Zaakgegevens

Op 1 september 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
1 september 2026
Datum publicatie
31 augustus 2026
Zaaknummer
25/00420
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:1411
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Voorhanden hebben van pistolen, munitie en stroomstootwapen (art. 26.1 WWM) en voorhanden hebben van ploertendoder, veerdrukpistool en veerdrukmachinepistool (art. 13.1 WWM). 1. Afwijzing van ttz. in hoger beroep (voorwaardelijk) gedaan verzoek tot horen van getuige, op de grond dat hof de verklaring van getuige niet voor bewijs gebruikt. 2. Schending ondervragingsrecht. Heeft hof het verzoek om getuige te horen kunnen opvatten als voorwaardelijk verzoek? 3. Bewijsklacht alternatief scenario dat DNA van verdachte door secundaire overdracht via handschoen op wapen terecht is gekomen. 4. Strafmotivering (gevangenisstraf van 5 maanden). Heeft hof door verdediging aangevoerde persoonlijke omstandigheden van verdachte in zijn beoordeling betrokken?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 5 februari 2025

    ECLI:NL:GHSHE:2025:306
  2. Conclusie A-G · 7 juli 2026

    ECLI:NL:PHR:2026:669
  3. Hoge Raad · 1 september 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:1411

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 25/00420

Datum 1 september 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 5 februari 2025, nummer 20-001084-24, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat M.M. van der Marel bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 september 2026.