Strafrecht overig

Strafrechtelijk onderzoek Tandem IV. (Medeplegen) valsheid in geschrift (art. 225.1 Sr), feitelijk leiding…

Hoge Raad, 22 september 2026

Zaakgegevens

Op 22 september 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22 september 2026
Datum publicatie
15 september 2026
Zaaknummer
24/00337
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:1479
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Strafrechtelijk onderzoek Tandem IV. (Medeplegen) valsheid in geschrift (art. 225.1 Sr), feitelijk leiding geven aan medeplegen valsheid in geschrift, meermalen gepleegd (art. 225.2 Sr), medeplegen gewoontewitwassen van verschillende geldbedragen (art. 420ter.1 jo. 420bis.1.a en 420bis.1.b Sr) en medeplegen witwassen van appartement (art. 420bis.1.b Sr). Vrijspraak in eerste aanleg t.z.v. medeplegen gewoontewitwassen van aantal geldbedragen. 1. Bewijsklacht feitelijk leiding geven aan medeplegen valsheid in geschrift t.a.v. valsheid van facturen. 2. Bewijsklachten medeplegen gewoontewitwassen t.a.v. “afkomstig uit enig misdrijf”. 3. Strafmotivering (gevangenisstraf van 16 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk). Is strafoplegging toereikend gemotiveerd in het licht van straftoemetingsverweer van verdediging?

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/00272 en 24/00454.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 25 januari 2024

    ECLI:NL:GHAMS:2024:188
  2. Conclusie A-G · 23 juni 2026

    ECLI:NL:PHR:2026:621
  3. Hoge Raad · 22 september 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:1479

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/00337

Datum 22 september 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 25 januari 2024, nummer 23-002776-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte 2] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat B.Th. Nooitgedagt bij schriftuur en aanvullende schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal P.T.C. van Kampen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van het derde cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt dat in de cassatiefase de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.

2.2

Het cassatiemiddel is gegrond. Bovendien doet de Hoge Raad uitspraak nadat meer dan 2 jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dit alles brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van 16 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

3 Beoordeling van de overige cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

- vermindert deze in die zin dat deze 15 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren beloopt;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren R. Kuiper en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 september 2026.