Strafrecht overig

Medeplegen bedrijfsmatige hennepteelt in woning (art. 3.B jo 11.3 Opiumwet). Bewijsklacht. Bewezenverklaring…

Hoge Raad, 22 september 2026

Zaakgegevens

Op 22 september 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22 september 2026
Datum publicatie
17 september 2026
Zaaknummer
25/00350
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:1505
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Medeplegen bedrijfsmatige hennepteelt in woning (art. 3.B jo 11.3 Opiumwet). Bewijsklacht. Bewezenverklaring toereikend gemotiveerd gelet op aangevoerd alternatief scenario?

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 25/00349 P.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 18 augustus 2026

    ECLI:NL:PHR:2026:786
  2. Hoge Raad · 22 september 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:1505

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 25/00350

Datum 22 september 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 31 januari 2025, nummer 21-004327-23, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat S.F.W. van 't Hullenaar bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. Een aanvulling op de schriftuur is pas bij de griffie van de Hoge Raad ingekomen nadat de daarvoor in de wet gestelde termijn was verlopen. De Hoge Raad zal daarom op deze aanvulling geen acht slaan.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 september 2026.