Strafrecht overig
Profijtontneming, w.v.v. uit telen van 1.116 hennepplanten en 654 hennepstekken, art. 36e.2 Sr. Beroep op…
Hoge Raad, 3 februari 2026
ECLI:NL:HR:2026:164 · Hoge Raad · 3 februari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2026-164
Zaakgegevens
Op 3 februari 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 3 februari 2026
- Datum publicatie
- 30 januari 2026
- Zaaknummer
- 24/04317
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:164
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Profijtontneming, w.v.v. uit telen van 1.116 hennepplanten en 654 hennepstekken, art. 36e.2 Sr. Beroep op EHRM-arrest Geerings/Nederland. 1. Motivering schatting en grondslag w.v.v. Heeft hof de schatting van voordeel in strijd met onschuldpresumptie gebaseerd op de voor diefstal (van elektriciteit ten behoeve van hennepteelt) tlgd. periode waarvan betrokkene deels is vrijgesproken? 2. Heeft hof zijn oordeel dat er voldoende aanwijzingen bestaan dat betrokkene in periode 1-10-2016 tot 12-9-2017 hennep heeft geteeld, toereikend gemotiveerd?
HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/03602 en 24/04318.
Procesgang
Rechtbank Limburg · 23 januari 2020
ECLI:NL:RBLIM:2020:508Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 21 november 2024
ECLI:NL:GHSHE:2024:3794(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 21 november 2024
ECLI:NL:GHSHE:2024:3795(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 16 december 2025
ECLI:NL:PHR:2025:1370Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 16 december 2025
ECLI:NL:PHR:2025:1371Hoge Raad · 3 februari 2026deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2026:164
Hoge Raad · 3 februari 2026
ECLI:NL:HR:2026:165
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/04317 P
Datum 3 februari 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 21 november 2024, nummer 20-000366-20, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene] (voorheen genaamd: [vroegere naam betrokkene] ),
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,
hierna: de betrokkene.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft de advocaat S.F.W. van 't Hullenaar bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 februari 2026.