Strafrecht overig
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op hond (Stafford) onder klager naar aanleiding van meerdere bijtincidenten…
Hoge Raad, 3 februari 2026
ECLI:NL:HR:2026:169 · Hoge Raad · 3 februari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2026-169
Zaakgegevens
Op 3 februari 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 3 februari 2026
- Datum publicatie
- 30 januari 2026
- Zaaknummer
- 25/01647
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:169
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op hond (Stafford) onder klager naar aanleiding van meerdere bijtincidenten t.z.v. verdenking van overtreding van art. 425.2 Sr. Kon Rb oordelen dat hond op rechtmatige wijze in beslag is genomen, omdat opsporingsambtenaar ex art. 96.1 Sv niet bevoegd was tot inbeslagneming, nu niet was voldaan aan formaliteit waaraan inbeslagneming in geval van overtreding moet voldoen (heterdaadsituatie)?
HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 16 december 2025
ECLI:NL:PHR:2025:1385Hoge Raad · 3 februari 2026deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2026:169
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 25/01647 B
Datum 3 februari 2026
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 15 april 2025, nummer RK 25/005080, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,
hierna: de klager.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft de advocaat J.J.J. van Rijsbergen bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 februari 2026.