Strafrecht overig

Burenruzie. Bedreiging van buurtbewoner met messen, art. 285.1 Sr. Hof heeft verdachte, die niet werd…

Hoge Raad, 13 januari 2026

Zaakgegevens

Op 13 januari 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13 januari 2026
Datum publicatie
9 januari 2026
Zaaknummer
24/04201
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:30
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Burenruzie. Bedreiging van buurtbewoner met messen, art. 285.1 Sr. Hof heeft verdachte, die niet werd bijgestaan door raadsman, n-o verklaard in zijn hoger beroep omdat ttz. Pr afstand is gedaan van rechtsmiddelen. Afstand van rechtsmiddel, art. 381.1 Sv. Kon hof oordelen dat verklaring van verdachte ‘dat hij zich ttz. in eerste aanleg niet gehoord voelde, dat het heel snel ging en dat hij in de war was’ geen bijzondere omstandigheden zijn waardoor niet rechtsgeldig afstand is gedaan van h.b.?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 4 november 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:1190
  2. Hoge Raad · 13 januari 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:30

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/04201

Datum 13 januari 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 8 november 2024, nummer 22-000812-24, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1952,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten I.A. van Straalen en N.J.B. Vegelien bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 januari 2026.