Strafrecht overig
Zedenzaak. Eendaadse samenloop van werkzaam in maatschappelijke zorg ontucht plegen met cliënt (15-jarig…
Hoge Raad, 12 mei 2026
ECLI:NL:HR:2026:458 · Hoge Raad · 12 mei 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2026-458
Zaakgegevens
Op 12 mei 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 mei 2026
- Datum publicatie
- 19 maart 2026
- Zaaknummer
- 25/00977
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:458
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Zedenzaak. Eendaadse samenloop van werkzaam in maatschappelijke zorg ontucht plegen met cliënt (15-jarig meisje) door 40-jarige hulpverlener/begeleider (art. 249.2.3 (oud) Sr) en ontucht plegen met een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwd 15-jarig meisje (art. 245 (oud) jo. 248.2 (oud) Sr). Bijkomende straf van ontzetting uit beroep, art. 28.1.5 jo. 251.2 (oud) Sr. Kon hof bijkomende straf opleggen van ontzetting van recht van verdachte om aan zorg gerelateerde beroepen t.a.v. minderjarigen en jongeren voor duur van 5 jaren uit te oefenen?
HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 12 maart 2025
ECLI:NL:GHARL:2025:1757Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 3 maart 2026
ECLI:NL:PHR:2026:180Hoge Raad · 12 mei 2026deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2026:458
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 25/00977
Datum 12 mei 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 maart 2025, nummer 21-000146-24, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J. Kuijper bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 mei 2026.