Strafrecht overig

Caribische zaak, strafrechtelijk onderzoek “Avestrus”. Actieve ambtelijke omkoping door betalingen te doen…

Hoge Raad, 14 april 2026

Zaakgegevens

Op 14 april 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14 april 2026
Datum publicatie
10 april 2026
Zaaknummer
25/00078
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:622
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Caribische zaak, strafrechtelijk onderzoek “Avestrus”. Actieve ambtelijke omkoping door betalingen te doen aan toenmalige minister voor bouw van gym, toegangshek en verbouwing aan zijn woning (tuin) teneinde erfpachtrechten op percelen te verkrijgen (art. 2:128.1.a SrA) en witwassen van USD 1.329.711,51 (art. 2:404.1.b SrA) in Aruba. Vrijspraak in eerste aanleg van deel van omkoping (betaling voor aanleg van tuin) en deel van witwassen (sub a variant). 1. Bewijsklachten omkoping. 2. Bewijsklacht witwassen.

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/02922 C en 25/00080 C.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 3 februari 2026

    ECLI:NL:PHR:2026:144
  2. Hoge Raad · 14 april 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:622

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 25/00078 C

Datum 14 april 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 12 juli 2024, nummer H-71/23, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1958,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadslieden van de verdachte hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 april 2026.