Strafrecht overig
Executie-uitlevering van opgeëiste persoon (Colombiaanse nationaliteit) naar Panama t.z.v. drugsdelict. 1…
Hoge Raad, 20 januari 2026
ECLI:NL:HR:2026:65 · Hoge Raad · 20 januari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2026-65
Zaakgegevens
Op 20 januari 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 20 januari 2026
- Datum publicatie
- 16 januari 2026
- Zaaknummer
- 25/03520
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:65
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Executie-uitlevering van opgeëiste persoon (Colombiaanse nationaliteit) naar Panama t.z.v. drugsdelict. 1. Verweer dat sprake is van voltooide schending van fundamentele rechten van opgeëiste persoon, omdat detentieomstandigheden in Panama dusdanig zwaar zijn dat hierdoor rechten van iedere gedetineerde worden geschonden. Moest Rb “zelfstandig” onderzoek doen naar vraag of sprake is geweest van voltooide inbreuk op fundamentele mensenrechten? 2. Heeft Rb verzuimd zelfstandig onderzoek te doen naar risico voor opgeëiste persoon op toekomstige schendingen van art. 6 EVRM bij uitlevering, nu nader onderzoek had moeten uitwijzen of sprake is van dusdanig risico voor opgeëiste persoon dat na uitlevering art. 6 EVRM zou worden geschonden?
HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 9 december 2025
ECLI:NL:PHR:2025:1322Hoge Raad · 20 januari 2026deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2026:65
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 25/03520 U
Datum 20 januari 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 18 april 2025, nummer UTL-I-2025001084, op verzoek van de Republiek Panama tot uitlevering
van
[de opgeëiste persoon],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
hierna: de opgeëiste persoon.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft de advocaat J.W. Ebbink bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 januari 2026.