Strafrecht overig

Medeplegen diefstal met braak, art. 311.1 Sr. 1. Bewijsminimum art. 342.2 Sv (unus testis).Moet bewijsvoering…

Hoge Raad, 21 april 2026

Zaakgegevens

Op 21 april 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
21 april 2026
Datum publicatie
16 april 2026
Zaaknummer
24/03725
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:673
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Medeplegen diefstal met braak, art. 311.1 Sr. 1. Bewijsminimum art. 342.2 Sv (unus testis).Moet bewijsvoering de betrokkenheid van verdachte bij bewezenverklaarde ondersteunen? 2. Bewijsklacht medeplegen.

HR: art. 81.1 RO. CAG gaat in op ontvankelijkheid van cassatieberoep (art. 432.2 Sv).

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 10 februari 2026

    ECLI:NL:PHR:2026:154
  2. Hoge Raad · 21 april 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:673

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/03725

Datum 21 april 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, van 25 november 2005, nummer 21-006579-04, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat M.J. Lamers bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 april 2026.