Strafrecht overig
Mishandeling met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg door overbuurman een klap in zijn gezicht te geven…
ECLI:NL:HR:2026:168 · Hoge Raad · 3 februari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2026-168
Zaakgegevens
Op 3 februari 2026 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 3 februari 2026
- Datum publicatie
- 30 januari 2026
- Zaaknummer
- 24/02196
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:168
Samenvatting
Mishandeling met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg door overbuurman een klap in zijn gezicht te geven, waardoor deze kaakfractuur oploopt (art. 300.2 Sr). Bewijsklacht zwaar lichamelijk letsel. Kan uit bewijsvoering worden afgeleid dat mishandeling “een kaakfractuur ten gevolge heeft gehad”?
HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Bewezenverklaring steunt o.m. op schriftelijk bescheid, bevattende medische informatie betreffende slachtoffer. In dit bescheid, opgemaakt door arts naar aanleiding van onderzoek 1 dag na mishandeling, wordt melding gemaakt van (kennelijk eerder uitgevoerde) “uitgebreide onderkaakreconstructie met schouderbot”. Verder wordt vermeld dat geen blijvend letsel is geconstateerd. Uit overige gebruikte bewijsmiddelen kan evenmin worden afgeleid dat sprake is van zwaar lichamelijk letsel in vorm van kaakfractuur. Daarmee is bewezenverklaring onvoldoende met redenen omkleed.
Volgt vernietiging en terugwijzing.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 24 mei 2024
ECLI:NL:GHSHE:2024:3069Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 25 november 2025
ECLI:NL:PHR:2025:1278Hoge Raad · 3 februari 2026deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2026:168
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/02196
Datum 3 februari 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 24 mei 2024, nummer 20-002403-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat D. Bektesevic bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat van de [benadeelde] heeft een verweerschrift ingediend.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt dat de bewezenverklaring voor zover deze inhoudt dat de mishandeling door de verdachte “een kaakfractuur ten gevolge heeft gehad”, niet uit de gebruikte bewijsvoering kan worden afgeleid.
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.
3 Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het tweede en het derde cassatiemiddel niet nodig.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 februari 2026.