Strafrecht overig

Opzettelijk aanwezig hebben van grote hoeveelheden hennep in woning en loods (art. 3.C jo. 11.2 en 11.5…

Hoge Raad, 21 april 2026

Zaakgegevens

Op 21 april 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
21 april 2026
Datum publicatie
21 april 2026
Zaaknummer
25/01655
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:711
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Opzettelijk aanwezig hebben van grote hoeveelheden hennep in woning en loods (art. 3.C jo. 11.2 en 11.5 Opiumwet) en witassen van 2 auto’s (art. 420bis.1.b Sr). 1. Bewijsklacht aanwezig hebben van hennep t.a.v. opzet. Kon hof oordelen dat verdachte wetenschap had van aangetroffen hennep, nu hij toegang had tot loods en benedenwoning, in combinatie met aangetroffen goederen van verdachte en waargenomen geluiden en geuren? 2. Bewijsklacht witwassen t.a.v. “afkomstig uit enig misdrijf”. Kon hof oordelen dat verklaring van verdachte dat auto’s een schenking van zijn oom waren of met geld van die oom zijn betaald, niet aannemelijk is?

HR: art. 81.1 RO. Vervolg op HR:2024:1413. Samenhang met 25/01706 P.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 4 mei 2023

    ECLI:NL:GHSHE:2023:1435
  2. Hoge Raad · 22 oktober 2024

    ECLI:NL:HR:2024:1413
  3. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 24 april 2025

    ECLI:NL:GHSHE:2025:1583
  4. Conclusie A-G · 10 februari 2026

    ECLI:NL:PHR:2026:159
  5. Hoge Raad · 21 april 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:711

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 25/01655

Datum 21 april 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 24 april 2025, nummer 20-002875-24, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten J.H.L. Antonides en M. Draaijers bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 april 2026.