Strafrecht overig
Medeplegen mensensmokkel door 8 Albanezen behulpzaam te zijn bij illegale doorreis per boot naar…
Hoge Raad, 12 mei 2026
ECLI:NL:HR:2026:745 · Hoge Raad · 12 mei 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2026-745
Zaakgegevens
Op 12 mei 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 mei 2026
- Datum publicatie
- 4 mei 2026
- Zaaknummer
- 24/02103
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:745
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Medeplegen mensensmokkel door 8 Albanezen behulpzaam te zijn bij illegale doorreis per boot naar Groot-Brittannië, meermalen gepleegd, art. 197a.1 jo. 197a.4 Sr. 1. Bewijsklacht. Kon hof oordelen dat verdachte 8 personen heeft toegestaan op boot te verblijven “met kennelijk doel om die personen met die boot naar Groot-Brittannië te varen/brengen”? 2. Bewijsklacht medeplegen. 3. Grondslagverlating. Heeft hof grondslag van tll. verlaten door tll. zodanig verbeterd te lezen dat het daarmee aan die tll. een volstrekt andere betekenis heeft toegekend?
HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 6 februari 2023
ECLI:NL:RBZWB:2023:658Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 27 mei 2024
ECLI:NL:GHSHE:2024:1757(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 7 april 2026
ECLI:NL:PHR:2026:365Hoge Raad · 12 mei 2026deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2026:745
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/02103
Datum 12 mei 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 27 mei 2024, nummer 20-000399-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat H. Weisfelt bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 mei 2026.