Strafrecht overig

Voorhanden hebben van munitie (art. 26.1 WWM) en aanwezig hebben van 4 kilo MDMA en 3,18 kilo cocaïne (art…

Hoge Raad, 26 mei 2026

Zaakgegevens

Op 26 mei 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
26 mei 2026
Datum publicatie
19 mei 2026
Zaaknummer
24/02427
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:779
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Voorhanden hebben van munitie (art. 26.1 WWM) en aanwezig hebben van 4 kilo MDMA en 3,18 kilo cocaïne (art. 2.C Opiumwet). Verbeurdverklaring auto, art. 33.1.b en 33.1.c Sr. Kon hof oordelen dat bewezenverklaarde met behulp van of m.b.t. tot voertuig is begaan?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 21 juni 2024

    ECLI:NL:GHAMS:2024:1868
  2. Conclusie A-G · 17 maart 2026

    ECLI:NL:PHR:2026:260
  3. Hoge Raad · 26 mei 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:779

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/02427

Datum 26 mei 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 21 juni 2024, nummer 23-000744-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat W.H. Jebbink bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 mei 2026.