Strafrecht overig
Caribische zaak. Profijtontneming, w.v.v. uit mensenhandel, mensensmokkel en werkverschaffing van illegale…
Hoge Raad, 26 mei 2026
ECLI:NL:HR:2026:796 · Hoge Raad · 26 mei 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2026-796
Zaakgegevens
Op 26 mei 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 26 mei 2026
- Datum publicatie
- 22 mei 2026
- Zaaknummer
- 25/01052 PC
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:796
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Caribische zaak. Profijtontneming, w.v.v. uit mensenhandel, mensensmokkel en werkverschaffing van illegale vrouwen uit Venezuela in nachtclub in Curaçao. Motivering schatting w.v.v., art. 1:77.2 SrC. Gronden waarop hof het w.v.v. heeft gebaseerd t.a.v. periodes en personen buiten bewezenverklaring, strafbare feiten jegens andere vrouwen dan bewezenverklaard, aftrekbare kosten, verweer m.b.t. in mindering brengen van 44 dagen op berekening w.v.v. en omstandigheid dat hof (anders dan gerecht in eerste aanleg) voordeel heeft gebaseerd op soortgelijke feiten waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat deze door betrokkene zijn begaan.
HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 25/01053 PC en vervolg op 21/03748 C (niet gepubliceerd; strafzaak; schriftuur te laat, verdachte n-o).
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 17 maart 2026
ECLI:NL:PHR:2026:230Hoge Raad · 26 mei 2026deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2026:796
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 25/01052 PC
Datum 26 mei 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 13 maart 2025, nummer 500.0030918, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,
hierna: de betrokkene.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 mei 2026.