Strafrecht overig

Diefstal d.m.v. braak, meermalen gepleegd (art. 311.1.5) en diefstal van fiets (art. 310 Sr). 1…

Hoge Raad, 2 juni 2026

Zaakgegevens

Op 2 juni 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
2 juni 2026
Datum publicatie
1 juni 2026
Zaaknummer
24/02238
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:823
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Diefstal d.m.v. braak, meermalen gepleegd (art. 311.1.5) en diefstal van fiets (art. 310 Sr). 1. Bewijsminimum t.a.v. diefstal d.m.v. braak, art. 342.2 Sv (unus testis). Vindt verklaring van aangever voldoende steun in ander bewijsmateriaal (verklaring van verdachte)? 2. Bewijsklacht diefstal. Kan uit bewijsvoering worden afgeleid dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal van fiets, nu daaruit slechts blijkt dat hij aan aangeefster toebehorende fiets voorhanden heeft gehad? 3. Strafmotivering (gevangenisstraf van 12 maanden). Heeft hof bij strafoplegging omstandigheden in nadeel van verdachte betrokken die niet volgen uit bewijsvoering noch uit verhandelde ttz.? 4. Vordering benadeelde partij en oplegging schadevergoedingsmaatregel. Verweer t.a.v. gebrek aan onderbouwing van opgevoerde schade.

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 24 maart 2026

    ECLI:NL:PHR:2026:286
  2. Hoge Raad · 2 juni 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:823

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/02238

Datum 2 juni 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 11 juni 2024, nummer 20-001769-23, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat S.W.M. Stevens bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 juni 2026.