Strafrecht overig
Strafrechtelijk onderzoek “Eris” naar 5 liquidaties in 2017 en plannen om andere personen te vermoorden…
Hoge Raad, 9 juni 2026
ECLI:NL:HR:2026:893 · Hoge Raad · 9 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2026-893
Zaakgegevens
Op 9 juni 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 juni 2026
- Datum publicatie
- 8 juni 2026
- Zaaknummer
- 25/00667
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:893
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Strafrechtelijk onderzoek “Eris” naar 5 liquidaties in 2017 en plannen om andere personen te vermoorden. Medeplegen (poging tot) uitlokking van medeplegen moord, meermalen gepleegd (art. 289 Sr) en als leider deelnemen aan criminele organisatie (art. 140.4 Sr). Levenslange gevangenisstraf opgelegd. 1. Rechtmatigheid van kroongetuigeovereenkomst en verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid OM vanwege verlaagde basisstrafeis en niet instellen van ontnemingsvordering. 2. Vormverzuimen o.b.v. ‘Landeck’ en ‘Prokuratuur’, art. 359a Sv. 3. Afwijzing van ttz. in hoger beroep gedaan en op nadere tz. in h.b. herhaald verzoek tot horen van niet-verschenen getuige, op de grond dat onaannemelijk is dat getuige binnen aanvaardbare termijn ttz. zal verschijnen. Is sprake van eerlijk proces? 4. Bewijsklacht. Kon hof vaststellen dat verdachte degene is geweest die schuilging achter PGP-account? 5. Bewijsklacht medeplegen uitlokking van medeplegen moord. Kon hof oordelen dat verdachte tezamen en in vereniging met ander inlichtingen heeft verschaft aan medeverdachte door aan medeverdachte “aan te geven dat A degene was die geliquideerd moest worden en geldbedrag in het vooruitzicht te stellen”? 6. Bewijsklacht medeplegen uitlokking van medeplegen moord t.a.v. opzet van uitlokker en opzet van uitgelokte. Is plan van verdachte om A, en als dit niet lukte dan B, te laten vermoorden, voldoende voor aanname van hof dat verdachte daarmee (minst genomen) willens en wetens aanmerkelijke kans heeft aanvaard moord op B te hebben uitgelokt? 7. Oplegging levenslange gevangenisstraf. Levert oplegging van levenslange gevangenisstraf een schending van art. 3 EVRM op?
HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 25/00523, 25/00524, 25/00537, 25/00542, 25/00579, 25/00658, 25/00659, 25/00689 en 25/00690.
Procesgang
Rechtbank Midden-Nederland · 5 juli 2022
ECLI:NL:RBMNE:2022:2562Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 12 februari 2025
ECLI:NL:GHARL:2025:497Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 24 maart 2026
ECLI:NL:PHR:2026:293Hoge Raad · 9 juni 2026deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2026:893
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 25/00667
Datum 9 juni 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 februari 2025, nummer 21-003038-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten D. Bektesevic en L.M.M. Weyers bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman D. Bektesevic heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren R. Kuiper en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juni 2026.