Strafrecht overig
Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
ECLI:NL:HR:1998:ZD1407 · Hoge Raad · 24 november 1998
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-1998-zd1407
Zaakgegevens
Op 24 november 1998 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 24 november 1998
- Datum publicatie
- 8 april 2013
- Zaaknummer
- 108.685
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:1998:ZD1407
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 6 oktober 1998
ECLI:NL:PHR:1998:55Hoge Raad · 24 november 1998deze uitspraak
ECLI:NL:HR:1998:ZD1407
Uitspraak
november 1998
Strafkamer
nr. 108.685
SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen vonnis van de Arrondissements-rechtbank te Arnhem van 30 mei 1997 in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973, wonende te [plaats], ten tijde van het instellen van beroep in cassatie gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "De Berg" te Arnhem.
1. De bestreden uitspraak
De Rechtbank heeft in hoger beroep - met vernietiging van een bij verstek gewezen vonnis van de Kantonrechter te Arnhem van 6 september 1995 - de verdachte ter zake van "overtreding van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder 3e, juncto artikel 9, tweede lid, aanhef en onder c van de Wegenverkeerswet (oud) " veroordeeld tot twee weken hechtenis.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn door of namens deze niet voorgesteld.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het bestreden vonnis zal vernietigen en de inleidende dagvaarding nietig zal verklaren.
3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
3.1. Een akte van uitreiking, gehecht aan het dubbel van de dagvaarding van de verdachte om te verschijnen op de terechtzitting van de Kantonrechter te Arnhem van 6 september 1995, houdt in dat die dagvaarding op 26 juni 1995 is aangeboden op het adres [a-straat 1] te [plaats] en toen is uitgereikt aan " [betrokkene 1] , die zich op dat adres bevond en die zich bereid verklaarde de brief in ontvangst te nemen en onverwijld aan de geadresseerde te doen toekomen".
Blijkens de aantekening mondeling vonnis van 6 september 1995 is de verdachte niet op die terechtzitting verschenen.
3.2. Bij het onderzoek naar de naleving van art. 437, eerste lid, Sv, is de Hoge Raad gebleken dat de verdachte sinds 19 april 1995 in de basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente [plaats] staat ingeschreven, en wel op het adres [b-straat 1] te [plaats] en dat dit ook nog het geval was op 26 juni 1995.
3.3. Daaruit volgt dat de betekening van de inleidende dagvaarding:
A. niet heeft plaatsgevonden aan het adres waar de verdachte als ingezetene is ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens en
B. heeft plaatsgevonden aan een ander adres dan het onder A bedoelde, terwijl die betekening heeft plaatsgevonden niet aan de verdachte in persoon maar aan een ander die zich op dat adres bevond en die zich bereid verklaarde de brief in ontvangst te nemen en onverwijld aan de verdachte te doen toekomen.
Die betekening is derhalve niet geschied overeenkomstig het bepaalde in art. 588, eerste lid, Sv zodat de betekening volgens het eerste lid van art. 590 (oud) Sv nietig is.
4. Slotsom
Het vorenoverwogene brengt mee dat het bestreden vonnis, behoudens voorzover daarbij het vonnis van de Kantonrechter is vernietigd, niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
Vernietigt het bestreden vonnis behoudens voorzover daarbij het vonnis van de Kantonrechter is vernietigd;
Verklaart de inleidende dagvaarding nietig.
Dit arrest is gewezen door de vice-president Haak als voorzitter, en de raadsheren Bleichrodt en Corstens, in bijzijn van de griffier Van de Griendt, en uitgesproken op 24 november 1998.