Strafrecht overig

Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

Zaakgegevens

Op 24 november 1998 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
24 november 1998
Datum publicatie
8 april 2013
Zaaknummer
108.534
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:1998:ZD3890
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 6 oktober 1998

    ECLI:NL:PHR:1998:ZD3890
  2. Hoge Raad · 24 november 1998deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:1998:ZD3890

Uitspraak

24 november 1998

Strafkamer

nr. 108.534

SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 23 oktober 1997 in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964, wonende te [plaats].

1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Arrondissementsrechtbank te 's-Hertogenbosch van 2 december 1996 - de verdachte ter zake van "mishandeling" veroordeeld tot een geldboete van zevenhonderdvijftig gulden, subsidiair vijftien dagen hechtenis. Voorts heeft het Hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen in voege als in het arrest vermeld.

2. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn door of namens deze niet voorgesteld. Namens de benadeelde partij heeft mr M.I. van der Zwet van de Stichting Rechtsbijstand te Tilburg een schriftuur ingediend, welke echter geen middelen van cassatie bevat.

De Advocaat-Generaal Fokkens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De Hoge Raad oordeelt geen grond aanwezig waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd. Daarom moet het cassatieberoep worden verworpen.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president Haak als voorzitter, en de raadsheren Bleichrodt en Orie, in bijzijn van de griffier Van de Griendt, en uitgesproken op 24 november 1998.