Strafrecht overig

Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

Parket bij de Hoge Raad, 6 oktober 1998

Zaakgegevens

Op 6 oktober 1998 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
6 oktober 1998
Datum publicatie
8 april 2013
Zaaknummer
108.534
ECLI
ECLI:NL:PHR:1998:ZD3890
E-mail

Samenvatting

Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 6 oktober 1998deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:1998:ZD3890

  2. Hoge Raad · 24 november 1998

    ECLI:NL:HR:1998:ZD3890

Conclusie

Nr. 108.534

Zitting 6 oktober 1998

Mr Fokkens

Conclusie inzake:

[verdachte]

Edelhoogachtbaar College,

1. Verdachte is door het gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld wegens mishandeling. Door of namens verdachte zijn geen middelen van cassatie voorgesteld.

2. Namens de benadeelde partij heeft mr M.I. van der Zwet van de Stichting Rechtsbijstand schriftelijk medegedeeld dat de vordering van de benadeelde partij gehandhaafd blijft en dat een extra f 30, -- aan kosten wordt gevorderd. In cassatie kan echter niet meer aan vergoeding worden gevorderd dan in feitelijke aanleg is gedaan. Aan het geschrift van mr van der Zwet kan voorbij worden gegaan nu middelen van cassatie niet zijn voorgesteld. Vgl. HR 2 juni 1998, griffienummer 106.820.

3. Ambtshalve is er geen reden voor vernietiging, zodat ik concludeer tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,