Strafrecht overig

Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

Hoge Raad, 11 mei 2004

Zaakgegevens

Op 11 mei 2004 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11 mei 2004
Datum publicatie
4 april 2013
Zaaknummer
00459/03 P
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2004:AO4100
E-mail

Samenvatting

Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 11 mei 2004deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2004:AO4100

  2. Conclusie A-G · 11 mei 2004

    ECLI:NL:PHR:2004:AO4100

Uitspraak

11 mei 2004

Strafkamer

nr. 00459/03 P

IV/SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 9 april 2002, nummer 20/001341-01, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:

[betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960, wonende te [plaats] (Indonesië).

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Middelen van cassatie zijn namens deze niet voorgesteld.

De Advocaat-Generaal Wortel heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de betrokkene niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde beroep.

2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Nu de betrokkene niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, in verbinding met art. 511h van het Wetboek van Strafvordering, zodat de betrokkene in het beroep niet kan worden ontvangen.

3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.L.M. Urlings en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend-griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 11 mei 2004.

Mr. Urlings is buiten staat dit arrest te ondertekenen.