Strafrecht overig

Beklag. De Rb heeft bij beschikking van 22-8-2006 het klaagschrift van klaagster strekkende tot teruggave aan…

Zaakgegevens

Op 18 september 2007 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18 september 2007
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
02596/06 B
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2007:BA7263
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Beklag. De Rb heeft bij beschikking van 22-8-2006 het klaagschrift van klaagster strekkende tot teruggave aan haar van een onder een ander inbeslaggenomen geldbedrag ongegrond verklaard. Uit door de AG ingewonnen inlichtingen blijkt dat het geldbedrag inmiddels is teruggegeven aan de beslagene. Dit betekent dat klaagster in het cassatieberoep n-o moet worden verklaard.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 18 september 2007deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2007:BA7263

  2. Conclusie A-G · 18 september 2007

    ECLI:NL:PHR:2007:BA7263

Uitspraak

18 september 2007

Strafkamer

nr. 02596/06 B

DV/RR

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te Almelo van 22 augustus 2006, nummer 08/700175-06, op een beklag als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:

[klaagster], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979, wonende te [woonplaats].

1. De bestreden beschikking

De Rechtbank heeft ongegrond verklaard het door de klaagster ingediende beklag strekkende tot teruggave aan haar van het in bovenstaande beschikking vermelde geldbedrag.

2. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft mr. M.C. Vermeul, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld.

De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klaagster in haar beroep in cassatie.

3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Rechtbank heeft bij beschikking van 22 augustus 2006 het klaagschrift van de klaagster strekkende tot teruggave aan haar van een onder een ander inbeslaggenomen geldbedrag van € 15.220,-, ongegrond verklaard.

Uit door de Advocaat-Generaal ingewonnen inlichtingen blijkt dat het geldbedrag inmiddels is teruggegeven aan de beslagene. Dit betekent dat de klaagster in het cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

4. Beslissing

De Hoge Raad verklaart de klaagster niet-ontvankelijk in het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 september 2007.