Strafrecht overig
Beklagzaak. Verlof ex art. 552p.2 Sv. Uit door de AG ingewonnen inlichtingen blijkt dat de OvJ heeft beslist…
ECLI:NL:HR:2011:BP6160 · Hoge Raad · 17 mei 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2011-bp6160
Zaakgegevens
Op 17 mei 2011 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 17 mei 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 10/02086 B
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2011:BP6160
Samenvatting
Beklagzaak. Verlof ex art. 552p.2 Sv. Uit door de AG ingewonnen inlichtingen blijkt dat de OvJ heeft beslist dat de inbeslaggenomen voorwerpen aan de klager worden teruggegeven omdat het rechtshulpverzoek is ingetrokken. Dit betekent dat de klager geen belang meer heeft bij het beroep tegen de beschikking van de Rechtbank zodat hij daarin niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
Procesgang
Hoge Raad · 17 mei 2011deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2011:BP6160
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 17 mei 2011
ECLI:NL:PHR:2011:BP6160
Uitspraak
17 mei 2011
Strafkamer
nr. 10/02086 B
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te Amsterdam van 13 juli 2007, nummer RK 07/665, betreffende het verlenen van verlof als bedoeld in art. 552p, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, in de zaak van:
[Klager], geboren op [geboortedatum] 1965, ten tijde van de betekening van de aanzegging zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft mr. P.M. Rombouts, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd dat de klager niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het beroep.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
2.1. Het beroep is gericht tegen een beschikking van de Rechtbank tot het verlenen van het verlof als bedoeld in art. 552p, tweede lid, Sv, gegeven naar aanleiding van een verzoek om rechtshulp van de Crown Office, Edinburgh, Schotland.
2.2. Uit door de Advocaat-Generaal ingewonnen inlichtingen, zoals in de conclusie vermeld, blijkt dat de Officier van Justitie heeft beslist dat de inbeslaggenomen voorwerpen aan de klager worden teruggegeven omdat het rechtshulpverzoek is ingetrokken. Dit betekent dat de klager geen belang meer heeft bij het beroep tegen de beschikking van de Rechtbank zodat hij daarin niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de klager niet-ontvankelijk in het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 mei 2011.