Strafrecht overig

Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

Hoge Raad, 7 april 2015

Zaakgegevens

Op 7 april 2015 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
7 april 2015
Datum publicatie
8 april 2015
Zaaknummer
14/02145
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2015:906
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: art. 80a RO.

Procesgang

  1. Rechtbank Breda · 10 april 2012

    ECLI:NL:RBBRE:2012:BW1504
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 4 december 2013

    ECLI:NL:GHSHE:2013:5911

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Conclusie A-G · 10 maart 2015

    ECLI:NL:PHR:2015:393
  4. Hoge Raad · 7 april 2015deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2015:906

    Conclusie gevolgd · Niet ontvankelijk

Uitspraak

7 april 2015

Strafkamer

nr. 14/02145

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 4 december 2013, nummer 20/001576-12, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M.P.M. Balemans, advocaat te Amsterdam, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft schriftelijk het standpunt ingenomen dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk kan worden verklaard.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.


3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en N. Jörg, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 april 2015.