Strafrecht overig

Art. 80a RO. Samenhang met 15/00178.

Hoge Raad, 13 september 2016

Zaakgegevens

Op 13 september 2016 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13 september 2016
Datum publicatie
13 september 2016
Zaaknummer
15/00179
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2016:2062
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 80a RO. Samenhang met 15/00178.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2014

    ECLI:NL:GHARL:2014:9965
  2. Conclusie A-G · 12 april 2016

    ECLI:NL:PHR:2016:649
  3. Hoge Raad · 13 september 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2016:2062

    Conclusie gevolgd · Niet ontvankelijk

Uitspraak

13 september 2016

Strafkamer

nr. S 15/00179

LBS/ABO

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 18 december 2014, nummer 21/007571-13, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft H.D. Postma, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 september 2016.