Strafrecht overig
Art. 80a RO. Samenhang met 15/00178.
Parket bij de Hoge Raad, 12 april 2016
ECLI:NL:PHR:2016:649 · Parket bij de Hoge Raad · 12 april 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2016-649
Zaakgegevens
Op 12 april 2016 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 april 2016
- Datum publicatie
- 18 juli 2016
- Zaaknummer
- 15/00179
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2016:649
Samenvatting
Art. 80a RO. Samenhang met 15/00178.
Procesgang
Uitspraak · 2014
ECLI:NL:GHARL:2014:9965Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 12 april 2016deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2016:649
Hoge Raad · 13 september 2016
ECLI:NL:HR:2016:2062Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Conclusie
|
Nr. 15/00179 Zitting: 12 april 2016 |
Mr. F.W. Bleichrodt Conclusie inzake: [verdachte] |
-
De verdachte is bij arrest van 18 december 2014 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, wegens 1. “opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod” en 2. “smaadschrift” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr. Voorts heeft het hof ten aanzien van de in beslag genomen voorwerpen beslist op de wijze zoals in het arrest is weergegeven.
-
Er bestaat samenhang met de ontnemingszaak tegen de verdachte met nummer 15/00178 P. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.
-
Namens de verdachte heeft mr. H.D. Postma, advocaat te Leeuwarden, een schriftuur ingediend.
4. Na bestudering van de zaak ben ik van mening dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep op de voet van artikel 80a RO.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG