Strafrecht overig

Afzonderlijke beschikking tot o.a.h.v. ex art. 552f Sv. Art. 23.2 Sv, oproepen belanghebbende. Motorfiets…

Hoge Raad, 1 november 2016

Zaakgegevens

Op 1 november 2016 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
1 november 2016
Datum publicatie
1 november 2016
Zaaknummer
15/04243
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2016:2461
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Afzonderlijke beschikking tot o.a.h.v. ex art. 552f Sv. Art. 23.2 Sv, oproepen belanghebbende. Motorfiets inbeslaggenomen onder belanghebbende, die vervolgens niet is opgeroepen voor de behandeling van de vordering van de OvJ tot o.a.h.v. in raadkamer. Art. 23.2 Sv brengt mee dat belanghebbende voor de raadkamerbehandeling had moeten worden opgeroepen. Uit de aan de HR toegezonden stukken kan niet van zo’n oproeping blijken, zodat ervan moet worden uitgegaan dat dit niet is geschied. Dit verzuim heeft betrekking op een wezenlijke grondslag van de raadkamerprocedure, zodat het nietigheid van het onderzoek meebrengt, ook al is deze niet met zoveel woorden in de wet bedreigd.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 13 september 2016

    ECLI:NL:PHR:2016:1050
  2. Hoge Raad · 1 november 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2016:2461

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

1 november 2016

Strafkamer

nr. S 15/04243 B

KD/AJ

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 16 april 2015, nummer RK 15/74, gegeven op een vordering als bedoeld in art. 552f Sv, in de zaak van:

[belanghebbende] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de belanghebbende. Namens deze heeft C.M.H. van Vliet, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar de Rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, teneinde op de bestaande vordering opnieuw te worden behandeld en afgedaan.

2 Beoordeling van het eerste middel

2.1.

Het middel klaagt dat de belanghebbende in strijd met art. 23 Sv niet is opgeroepen voor de behandeling van de vordering van de Officier van Justitie tot onttrekking aan het verkeer in raadkamer op 16 april 2015.

2.2.

Blijkens de bestreden beschikking is het goed waarop de in het middel bedoelde vordering van de Officier van Justitie betrekking heeft - en waarvan de Rechtbank de onttrekking aan het verkeer heeft gelast - onder de belanghebbende in beslag genomen. De belanghebbende is blijkens het daarvan opgemaakte proces-verbaal niet bij het onderzoek in raadkamer verschenen.

2.3.

Art. 23, tweede lid, Sv brengt mee, voor zover hier van belang, dat de belanghebbende voor de raadkamerbehandeling had moeten worden opgeroepen. Uit de aan de Hoge Raad op de voet van art. 447, tweede lid, Sv toegezonden stukken kan niet van zo een oproeping blijken, zodat ervan moet worden uitgegaan dat dit niet is geschied. Dit verzuim heeft betrekking op een wezenlijke grondslag van de raadkamerprocedure, zodat het nietigheid van het onderzoek meebrengt, ook al is deze niet met zoveel woorden in de wet bedreigd.

2.4.

Het middel is gegrond.

3 Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven, het tweede middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden beschikking;

wijst de zaak terug naar de Rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, opdat de zaak op de bestaande vordering opnieuw wordt behandeld en afgedaan.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en E.F. Faase, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 november 2016.