Strafrecht overig
Betekeningsperikelen, art. 588 Sv. Bij zijn onderzoek naar de naleving van art. 435.1 Sv heeft de HR…
ECLI:NL:HR:2016:307 · Hoge Raad · 23 februari 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2016-307
Zaakgegevens
Op 23 februari 2016 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 23 februari 2016
- Datum publicatie
- 23 februari 2016
- Zaaknummer
- 14/06303
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2016:307
Samenvatting
Betekeningsperikelen, art. 588 Sv. Bij zijn onderzoek naar de naleving van art. 435.1 Sv heeft de HR vastgesteld dat de ve vanaf 30 mei 2012 staat ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente X op adres Y, zijnde het briefadres van de ve. Daaruit volgt dat de dagvaarding in h.b. niet is betekend overeenkomstig art. 588 Sv, zodat die dagvaarding nietig is (vgl. HR 17 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3323). Het in de bestreden uitspraak besloten liggende oordeel dat de dagvaarding in h.b. geldig is betekend, is derhalve onjuist. HR verklaart de dagvaarding in h.b. nietig.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 5 januari 2016
ECLI:NL:PHR:2016:65Hoge Raad · 23 februari 2016deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2016:307
Uitspraak
Inhoudsopgave
23 februari 2016
Strafkamer
nr. S 14/06303
AJ/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof Den Haag van 6 oktober 2014, nummer 22/005289-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.S. Nan, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing naar het Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2 Beoordeling van het eerste middel
Het middel klaagt over het oordeel van het Hof dat de dagvaarding in hoger beroep rechtsgeldig is betekend.
De bestreden uitspraak is bij verstek gewezen. De inhoud van de op de voet van art. 434, eerste lid, Sv aan de Hoge Raad toegezonden stukken is, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4.
Bij zijn onderzoek naar de naleving van art. 435, eerste lid, Sv heeft de Hoge Raad vastgesteld dat de verdachte vanaf 30 mei 2012 staat ingeschreven in de basisregistratie persoonsgegevens van de gemeente Zwijndrecht op het adres [a-straat 1] Zwijndrecht , zijnde het briefadres van de verdachte. Daaruit volgt dat de dagvaarding in hoger beroep niet is betekend overeenkomstig art. 588 Sv, zodat die dagvaarding nietig is (vgl. HR 17 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3323, NJ 2016/19). Het in de bestreden uitspraak besloten liggende oordeel dat de dagvaarding in hoger beroep geldig is betekend, is derhalve onjuist.
Het middel is dus terecht voorgesteld.
3 Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, het tweede middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en E.F. Faase, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 februari 2016.