Strafrecht overig
Beklag, beslag op geldbedragen onder klager in zijn strafzaak, terwijl geld in (nog niet onherroepelijke)…
ECLI:NL:HR:2017:3204 · Hoge Raad · 19 december 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2017-3204
Zaakgegevens
Op 19 december 2017 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 19 december 2017
- Datum publicatie
- 19 december 2017
- Zaaknummer
- 16/01901
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:3204
Samenvatting
Beklag, beslag op geldbedragen onder klager in zijn strafzaak, terwijl geld in (nog niet onherroepelijke) strafzaak verbeurd is verklaard. Ontvankelijkheid hernieuwd beklag. HR: art. 80a RO. CAG: ’s Hofs oordeel dat klager n-o is in het klaagschrift, is hoe dan ook juist, omdat inbeslaggenomen geldbedragen in de strafzaak zijn verbeurd verklaard zodat hij alleen als verdachte in de strafzaak kan opkomen tegen die beslissing. Vervolg op 14/00898 B (niet gepubliceerd, art. 80a RO).
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 21 november 2017
ECLI:NL:PHR:2017:1376Hoge Raad · 19 december 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:3204
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
Inhoudsopgave
19 december 2017
Strafkamer
nr. S 16/01901 B
CB
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het Gerechtshof Den Haag van 24 maart 2016, nummer AV 001364-15, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[klager]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft A.F.M. den Hollander, advocaat te Rotterdam, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk zal worden verklaard.
Namens de verdachte heeft N. Roos, advocaat te Rotterdam, daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 december 2017.