Strafrecht overig

Met 16/05683 P samenhangende peek (verdachte n-o in cassatieberoep, geen middelen ingediend).

Zaakgegevens

Op 12 juni 2018 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 juni 2018
Datum publicatie
13 juni 2018
Zaaknummer
16/05494
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:907
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Met 16/05683 P samenhangende peek (verdachte n-o in cassatieberoep, geen middelen ingediend).

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 17 april 2018

    ECLI:NL:PHR:2018:614
  2. Hoge Raad · 12 juni 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:907

Uitspraak

Inhoudsopgave

12 juni 2018

Strafkamer

nr. S 16/05494

LBS/EC

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 18 augustus 2016, nummer 22/004553-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn namens deze niet voorgesteld.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 juni 2018.