Strafrecht overig

Met 16/05683 P samenhangende peek (verdachte n-o in cassatieberoep, geen middelen ingediend).

Zaakgegevens

Op 17 april 2018 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
17 april 2018
Datum publicatie
13 juni 2018
Zaaknummer
16/05494
ECLI
ECLI:NL:PHR:2018:614
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Met 16/05683 P samenhangende peek (verdachte n-o in cassatieberoep, geen middelen ingediend).

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 17 april 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2018:614

  2. Hoge Raad · 12 juni 2018

    ECLI:NL:HR:2018:907

Conclusie

Nr. 16/05494

Mr. D.J.C. Aben

Zitting: 17 april 2018

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Het gerechtshof Den Haag heeft bij arrest van 18 augustus 2016 het jegens de verdachte gewezen vonnis van de rechtbank Den Haag van 9 oktober 2015 bevestigd. Bij dat vonnis is de verdachte wegens 1 "opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod" en 2 "opzettelijk handelen in strijd met het in artikel onder C van de Opiumwet gegeven verbod" veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen vervangende hechtenis, waarvan 60 uren, subsidiair 30 dagen vervangende hechtenis, voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en met als bijzondere voorwaarde - kort gezegd - dat de verdachte zal meewerken aan diagnostiek bij de Forensische Polikliniek Palier en een daaruit mogelijk voortvloeiende behandeling.

2. Er bestaat samenhang met de zaak 16/05683. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.

3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. Namens de verdachte is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.

4. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437, tweede lid, Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.

5. Deze conclusie strekt ertoe dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn cassatieberoep.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden