Strafrecht overig

Profijtontneming. Geen middelen ingediend, betrokkene n-o. Samenhang tussen 18/00416 en 18/00417 P.

Zaakgegevens

Op 9 juli 2019 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
9 juli 2019
Datum publicatie
4 juli 2019
Zaaknummer
18/00417
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:1099
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Profijtontneming. Geen middelen ingediend, betrokkene n-o. Samenhang tussen 18/00416 en 18/00417 P.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 28 mei 2019

    ECLI:NL:PHR:2019:758
  2. Hoge Raad · 9 juli 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:1099

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/00417

Datum 9 juli 2019

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 23 november 2017, nummer 21/004793-15, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste

van

[betrokkene],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,

hierna: de betrokkene.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Middelen van cassatie zijn namens deze niet voorgesteld.

De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in het beroep.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Nu de betrokkene niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, in verbinding met art. 511h van het Wetboek van Strafvordering, zodat de betrokkene in het beroep niet kan worden ontvangen.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juli 2019.