Strafrecht overig
N-o verklaring in h.b. ex art. 416.2 Sv. Tijdig schriftuur houdende grieven ingediend? HR: Op gronden vermeld…
Hoge Raad, 5 februari 2019
ECLI:NL:HR:2019:168 · Hoge Raad · 5 februari 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2019-168
Zaakgegevens
Op 5 februari 2019 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 5 februari 2019
- Datum publicatie
- 1 februari 2019
- Zaaknummer
- 17/05369
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:168
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
N-o verklaring in h.b. ex art. 416.2 Sv. Tijdig schriftuur houdende grieven ingediend? HR: Op gronden vermeld in CAG is middel terecht voorgesteld. CAG: Brief van raadsman van 1 april 2016 waarin de griffier wordt gemachtigd h.b. in te stellen tegen vonnis van 22 maart 2016, op 1 april 2016 opgemaakte appelakte en appelschriftuur die blijkens de daarop geplaatste ontvangststempel van griffie op 14 april 2016 om 12:01 uur naar griffier van Rb per fax is verzonden, bieden grond voor ernstig vermoeden dat namens verdachte tijdig (binnen 14 dagen na het instellen van het beroep) een schriftuur houdende grieven a.b.i. art. 410 Sv is ingediend. ’s Hofs oordeel dat geen schriftelijke bezwaren zijn opgegeven, is onbegrijpelijk. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 11 december 2018
ECLI:NL:PHR:2018:1481Hoge Raad · 5 februari 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:168
Uitspraak
5 februari 2019
Strafkamer
nr. S 17/05369
SLU
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 15 maart 2017, nummer 21/001896-16, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het middel
Het middel bevat de klacht dat het Hof de verdachte ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn hoger beroep omdat de verdachte, anders dan het Hof heeft overwogen, tijdig een schriftuur houdende grieven heeft ingediend.
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4 tot en met 6 is het middel terecht voorgesteld.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 februari 2019.