Strafrecht overig

Jeugdzaak. Mishandeling zwemlerares van zwembad in Den Helder, nadat deze verdachte heeft gesommeerd zwembad…

Hoge Raad, 12 november 2019

Zaakgegevens

Op 12 november 2019 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 november 2019
Datum publicatie
12 november 2019
Zaaknummer
18/03672
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:1756
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Jeugdzaak. Mishandeling zwemlerares van zwembad in Den Helder, nadat deze verdachte heeft gesommeerd zwembad te verlaten, art. 300.1 Sr. 1. Afwijzing getuigenverzoek. 2. Verwerping verweren m.b.t. rechtvaardigingsgrond resp. opzet ontoereikend gemotiveerd? HR: 80a RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 8 oktober 2019

    ECLI:NL:PHR:2019:1004
  2. Hoge Raad · 12 november 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:1756

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/03672

Datum 12 november 2019

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 24 juli 2018, nummer 23/004437-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001,

hierna: de verdachte.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A.J.J. van der Heiden, advocaat te Den Helder, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Procureur-Generaal J. Silvis heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 november 2019.