Strafrecht overig
Conclusie PG. 1. Middel over ’s hofs afwijzing van het door de verdediging gedane verzoek tot het horen van…
ECLI:NL:PHR:2019:1004 · Parket bij de Hoge Raad · 8 oktober 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2019-1004
Zaakgegevens
Op 8 oktober 2019 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 8 oktober 2019
- Datum publicatie
- 3 oktober 2019
- Zaaknummer
- 18/03672
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2019:1004
Samenvatting
Conclusie PG. 1. Middel over ’s hofs afwijzing van het door de verdediging gedane verzoek tot het horen van twee getuigen. 2. Middel klaagt dat het hof de door de verdediging aangevoerde rechtvaardigingsgrond ten onrechte zonder nadere motivering heeft verworpen. Conclusie strekt ertoe dat de verdachte in zijn cassatieberoep op de voet van art. 80a RO niet-ontvankelijk wordt verklaard.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 8 oktober 2019deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2019:1004
Hoge Raad · 12 november 2019
ECLI:NL:HR:2019:1756
Conclusie
Inhoudsopgave
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 18/03672
Zitting 8 oktober 2019
CONCLUSIE
J. Silvis
In de zaak
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001,
hierna: de verdachte.
-
Het Gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 24 juli 2018 het vonnis van de kinderrechter van 7 december 2017, waarbij verdachte wegens “mishandeling” is veroordeeld, bevestigd en het vonnis ten aanzien van de strafoplegging vernietigd. Het hof heeft verdachte veroordeeld tot een taakstraf bestaande uit een werkstraf van 40 uren, subsidiair 20 dagen jeugddetentie, waarvan 20 uren subsidiair 10 dagen jeugddetentie voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Voorts heeft het hof bijzondere voorwaarden gesteld, een en ander zoals in het arrest bepaald.
-
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mr. A.J.J. van der Heiden, advocaat te Den Helder, heeft 2 middelen van cassatie voorgesteld.
-
Het eerste middel klaagt over ’s hofs afwijzing van het door de verdediging gedane verzoek tot het horen van twee getuigen.
-
’s Hofs arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 10 juli 2018 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft bedoeld verzoek afgewezen ter terechtzitting van 19 april 2018. Nu het arrest niet is gewezen naar aanleiding van deze terechtzitting, kan in cassatie over de afwijzing door het hof niet worden geklaagd.
-
Het tweede middel klaagt dat het hof in zijn arrest de door de verdediging aangevoerde rechtvaardigingsgrond, inhoudende dat aangeefster verdachte bleef vasthouden en knijpen, ondanks twee verzoeken dat niet te doen, dat hij zich losrukte door haar te duwen en dat hij aangeefster niet tegen de deurpost heeft geduwd, ten onrechte zonder nadere motivering heeft verworpen. Hetzelfde geldt ten aanzien van het door de verdediging gevoerde verweer dat geen sprake is geweest van opzet.
-
In het door het hof bevestigde vonnis van de kinderrechter is klaarblijkelijk abusievelijk tot het bewijs gebezigd de verklaring van verdachte zoals opgenomen onder B. Indien deze verklaring wordt weggedacht, is de bewezenverklaring zonder meer toereikend gemotiveerd, terwijl hetgeen door de verdediging is aangevoerd het hof niet noopte tot een nadere motivering.
7. Het voorgaande brengt mee dat de middelen klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden. Het cassatieberoep dient daarom op de voet van art. 80a RO niet-ontvankelijk te worden verklaard.
8. Deze conclusie strekt tot de niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden