Strafrecht overig

Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 17/02377, 17/02458 P, 17/02459, 17/02460 en 17/03567.

Zaakgegevens

Op 12 februari 2019 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 februari 2019
Datum publicatie
12 februari 2019
Zaaknummer
17/02436
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:215
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 17/02377, 17/02458 P, 17/02459, 17/02460 en 17/03567.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 18 december 2018

    ECLI:NL:PHR:2018:1489
  2. Hoge Raad · 12 februari 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:215

Uitspraak

Inhoudsopgave

12 februari 2019

Strafkamer

nr. S 17/02436

AKA

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 4 mei 2017, nummer 21/004975-13, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn namens deze niet voorgesteld.

De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 februari 2019.