Strafrecht overig
Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 17/02377, 17/02458 P, 17/02459, 17/02460 en 17/03567.
ECLI:NL:PHR:2018:1489 · Parket bij de Hoge Raad · 18 december 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2018-1489
Zaakgegevens
Op 18 december 2018 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 18 december 2018
- Datum publicatie
- 12 februari 2019
- Zaaknummer
- 17/02436
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2018:1489
Samenvatting
Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 17/02377, 17/02458 P, 17/02459, 17/02460 en 17/03567.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 18 december 2018deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2018:1489
Hoge Raad · 12 februari 2019
ECLI:NL:HR:2019:215
Conclusie
|
Nr. 17/02436 Zitting: 18 december 2018 |
Mr. F.W. Bleichrodt Conclusie inzake: [verdachte] |
-
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, heeft de verdachte bij arrest van 4 mei 2017 wegens 1 en 4 “diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak”, 2 “deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven”, 3 “witwassen, meermalen gepleegd” en 5 “opzettelijk een geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, voorhanden hebben, terwijl hij weet dat dit geschrift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 334 dagen, met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr. Voorts heeft het hof de onttrekking aan het verkeer bevolen van het in beslag genomen rijbewijs.
-
De onderhavige zaak hangt samen met de strafzaken tegen de medeverdachten [medeverdachte 5] (17/02377), [medeverdachte 3] (17/02460), [medeverdachte 2] (17/02459) en [medeverdachte 4] (17/03567) en met de ontnemingszaak tegen [betrokkene] (17/02458). In deze zaken concludeer ik vandaag eveneens.
-
Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld. Er is geen schriftuur ingediend.
-
De aanzegging in cassatie is op 22 februari 2018 uitgereikt aan de griffier van de rechtbank Den Haag, omdat van de verdachte geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend is. Daarbij is voldaan aan de zogenaamde VIP-controle. De ID-staat SKDB betreffende de verdachte van 22 februari 2018 houdt in dat de verdachte niet was gedetineerd en dat hij geen BRP-adres had. De cassatie-akte vermeldt als adres [a-straat 1] in [plaats] . Naar dit adres is op 22 februari 2018 een afschrift van de aanzegging verstuurd. Voorts is op 22 februari 2018 mededeling van de betekening van de aanzegging gedaan aan de raadsman van de verdachte (mr. R.P. van der Graaf, advocaat te Utrecht). Aldus is de aanzegging overeenkomstig art. 588, eerste lid, onder b, sub 3°, Sv rechtsgeldig betekend.
-
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv niet in acht genomen, zodat de verdachte niet in zijn cassatieberoep kan worden ontvangen.
-
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG