Strafrecht overig

Schriftuur tardief doordat faxapparaat raadsman kapot is, art. 437.2 Sv. HR: Op gronden vermeld in CAG kan…

Zaakgegevens

Op 16 april 2019 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16 april 2019
Datum publicatie
16 april 2019
Zaaknummer
17/04412
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:617
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Schriftuur tardief doordat faxapparaat raadsman kapot is, art. 437.2 Sv. HR: Op gronden vermeld in CAG kan verdachte niet worden ontvangen in ingesteld beroep. CAG: Niet tijdige indiening schriftuur ligt in risicosfeer van verdachte. Mededeling raadsman dat zijn faxapparaat op laatste dag van 60-dagentermijn dienst weigerde, kan hieraan niet afdoen.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 5 maart 2019

    ECLI:NL:PHR:2019:409
  2. Hoge Raad · 16 april 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:617

Uitspraak

Inhoudsopgave

16 april 2019

Strafkamer

nr. S 17/04412

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 18 augustus 2017, nummer 20/003729-16, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G.J.A. van de Grint, advocaat te Eindhoven, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.

De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3 tot en met 5 kan de verdachte niet worden ontvangen in het ingestelde beroep.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 april 2019.