Strafrecht overig
Schriftuur tardief doordat faxapparaat raadsman kapot is, art. 437.2 Sv. HR: Op gronden vermeld in CAG kan…
ECLI:NL:PHR:2019:409 · Parket bij de Hoge Raad · 5 maart 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2019-409
Zaakgegevens
Op 5 maart 2019 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 5 maart 2019
- Datum publicatie
- 16 april 2019
- Zaaknummer
- 17/04412
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2019:409
Samenvatting
Schriftuur tardief doordat faxapparaat raadsman kapot is, art. 437.2 Sv. HR: Op gronden vermeld in CAG kan verdachte niet worden ontvangen in ingesteld beroep. CAG: Niet tijdige indiening schriftuur ligt in risicosfeer van verdachte. Mededeling raadsman dat zijn faxapparaat op laatste dag van 60-dagentermijn dienst weigerde, kan hieraan niet afdoen.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 5 maart 2019deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2019:409
Hoge Raad · 16 april 2019
ECLI:NL:HR:2019:617
Conclusie
|
Nr. 17/04412 Zitting: 5 maart 2019 |
Mr. F.W. Bleichrodt Conclusie inzake: [verdachte] |
-
De verdachte is bij arrest van 18 augustus 2017 door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch wegens 1. ‘’opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel” en 2. “diefstal’’ veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden met een proeftijd van twee jaren en een taakstraf voor de duur van 120 uren subsidiair zestig dagen hechtenis.
-
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. Mr. G.J.A. van de Grint, advocaat te Eindhoven, heeft een middel van cassatie voorgesteld.
-
De aanzegging ingevolge art. 435, eerste lid, Sv is op 9 juli 2018 betekend. Art. 437, tweede lid, Sv schrijft voor dat, op straffe van niet-ontvankelijkheid, binnen twee maanden na betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv, door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie wordt ingediend. Deze termijn eindigde op vrijdag 7 september 2018. De schriftuur is eerst binnengekomen op dinsdag 11 september 2018.
-
De niet tijdige indiening ligt in de risicosfeer van de verdachte. Hetgeen door de steller van het middel in het begeleidend schrijven van 11 september 2018 is medegedeeld, te weten dat op vrijdag 7 september 2018 zijn faxapparaat dienst weigerde, kan hieraan niet afdoen.
-
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv niet in acht genomen, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
6. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG