Strafrecht overig
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. valsheid in geschrift, art. 225 Sr. Geen afschrift appeldagvaarding…
ECLI:NL:HR:2020:1468 · Hoge Raad · 22 september 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2020-1468
Zaakgegevens
Op 22 september 2020 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 22 september 2020
- Datum publicatie
- 22 september 2020
- Zaaknummer
- 19/02031
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2020:1468
Samenvatting
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. valsheid in geschrift, art. 225 Sr. Geen afschrift appeldagvaarding verzonden naar raadsman verdachte, art. 51 (oud) Sv. HR: Op redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Aan schriftuur zijn aan hof gerichte stelbrief van raadsman en ontvangstbevestiging van medewerker van administratie van hof gehecht. Uit de stukken blijkt niet dat voorafgaand aan behandeling van zaak in h.b. afschrift van dagvaarding in h.b. aan raadsman is gezonden. Op grond daarvan moet in cassatie ervan worden uitgegaan dat zich wel raadsman heeft gesteld maar dat t.a.v. dagvaarding in h.b. voorschrift van art. 51 (oud) Sv niet is nageleefd. Niet-nakoming daarvan staat in de weg aan geldige behandeling van zaak ttz. buiten tegenwoordigheid van verdachte en diens raadsman. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 23 juni 2020
ECLI:NL:PHR:2020:627Hoge Raad · 22 september 2020deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2020:1468
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 19/02031
Datum 22 september 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 10 december 2014, nummer 22/003844-14, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft T. Arkesteijn, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag teneinde opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt dat in hoger beroep het voorschrift van artikel 51 (oud) Sv niet is nageleefd, omdat is verzuimd een afschrift van de appeldagvaarding aan de raadsman van de verdachte te zenden.
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 september 2020.